Stijn Meurkens

is programmeur, wiskundige, hardloper en zeiler. Over technologie, internet, mobile, productiviteit, Apple, media, kunst, politiek en alles wat me verder bezig houdt. Lees ook mijn tweets, of fork mijn code.

Wat we kunnen leren van het grote experiment Twitter

Het was Twitter dat als eerste de API naar het grote publiek bracht. Het was voor iedereen mogelijk om programma’s te schrijven die berichten verzonden en ontvingen via Twitters eigen architectuur. Dat was nieuw. Twitter was het eerste grote, voor derden toegankelijke platform dat in handen was van één bedrijf. Alle open platforms tot dan toe waren publiek bezit; er is geen eigenaar van het ‘platform’ email, geen eigenaar van het www, geen eigenaar van sms.

Twitter was één groot experiment. Voor het eerst zagen we een bedrijf wiens voornaamste product een architectuur was, gratis beschikbaar voor iedereen om er zijn applicaties op de bouwen. Het succes van die strategie blijkt uit het kolossale ecosysteem aan software dat gebruik maakt van het platform. Twitter, zoals we het nu kennen, bestaat zelfs voor een aanzienlijk deel uit features die hun debuut maakten in externe software. Hashtags, at-replies, retweets; ze zijn allemaal ontstaan uit de community en geïmplementeerd in externe clients voordat Twitter er iets mee deed. Twitters eigen zoekfunctie begon ooit als zelfstandig bedrijf, Twitters apps voor de Mac en iOS bestonden onder de naam Tweetie voordat het platform ze kocht en haar eigen naam gaf. De dienst is in zijn huidige vorm voor een groot deel vormgegeven door externe ontwikkelaars.

Twitter is zelfs prima te gebruiken zonder ooit haar eigen website of apps te gebruiken. Dat steekt. Want Twitter wil inmiddels wel eens geld gaan verdienen. De investeerders in het platform willen wat terug gaan zien voor de miljoenen die ze er in staken. En het monetizen van een open platform, dat blijkt tegen te vallen. Als je gebruikers niet op je eigen website of applicatie komen, zien ze de advertenties niet die je daar neerzet. En daarom gooit Twitter nu, met een dikke middelvinger richting alle ontwikkelaars, zijn API in het slot.

Twitter verpakt het nog wel in mooie woorden: “guidance”, “[d]elivering a consistent Twitter experience”, “we can guide [developers] toward areas of value”. En een mooie twee-bij-twee matrix met managementterminologie erbij. Jaja. John Gruber verwoordt het het best:

Scroll down and look at that insipid four-quadrant matrix, where the top-right quadrant represents the stuff Twitter is discouraging. In the “good” quadrants are bullshit terms like “Social CRM”, “Social analytics”, and “Social influence ranking”. […] So Klout, which is utter vainglorious masturbatory nonsense, that’s OK. But services like Storify and Favstar, which are actually useful and/or fun, those are no good. And don’t even get me started on Twitter turning against client apps. For chrissake Twitter’s own app started life as a third-party client.

We kunnen dus conclusies gaan trekken uit het Experiment Twitter:

Zolang Justin Bieber op Twitter zit zal er voorlopig weinig veranderen voor het bedrijf, maar de strijd om de sympathie heeft het inmiddels verloren.