Stijn Meurkens

is programmeur, wiskundige, hardloper en zeiler. Over technologie, internet, mobile, productiviteit, Apple, media, kunst, politiek en alles wat me verder bezig houdt. Lees ook mijn tweets, of fork mijn code.

Flossen, there's an app for that

Niet eens heel lang geleden gold computeren als een gangbaar werkwoord. Net zo was cyberspace een locatie die zich ergens naast de digitale snelweg zou moeten bevinden. Daar kan ik me nu weinig meer bij voorstellen. De scheiding tussen digitaal en fysiek is compleet vervaagd. Het internet heeft via computers en smartphones inmiddels een grote invloed op mijn fysieke leven.

Dankzij Buienradar op mijn telefoon haal ik zelden meer een nat pak. Afgelopen week wist ik dat vijf minuten wachten op Utrecht Centraal genoeg was om te voorkomen dat ik de hele dag als een verzopen kat op kantoor zou zitten.

De app Runkeeper zorgde ervoor dat ik ging hardlopen. Het programmaatje registreert via de GPS in je telefoon je gelopen route en snelheid, en slaat die op. Elke vijf minuten een snelheidsmelding op mijn oordoppen stimuleert me om nog even aan te zetten. Na een goede training deel ik mijn gelopen afstand via Facebook, en zo fungeren mijn vrienden als stok achter de deur om te blijven lopen. Runkeeper is de coach die me tijdens de vijftien kilometer van de afgelopen zevenheuvelenloop met de precisie van een klok wist te sturen naar een PR van 1”10.

(Inmiddels loop ik in de voorbereiding voor de Amsterdam Marathon steeds vaker zonder Runkeeper en zonder hartslagmeter. Omdat ik geleerd heb dat het verstandiger is om naar je lichaam te luisteren dan naar je kilometertijden. Maar in de basis begon hardlopen voor mij bij Runkeeper.)

En nu flos ik. Elke dag. En nee, dat doe ik niet met het kabeltje van mijn witte oordoppen. Via Zenhabits leerde ik deze truc:

Every day you floss, mark a big X on your calendar (…). Try to string together a bunch of Xs, and you’re golden.

Prima plan, maar a) ik heb geen papieren kalender, en b) als stadsnomade heb ik ook geen muur om die op te hangen. Daarom gebruik ik nu de app Way of Life. Mijn iPhone herinnert me er elke avond aan dat ik moet flossen en helpt me om bij te houden of ik dat gedaan heb. Dat werkt; inmiddels flos ik dagelijks, al meer dan een week.

Dit betekent niet dat het opeens vanzelf gaat; flossen blijft een prutswerkje en mijn marathonvoorbereiding is toch vooral blaren, zweet en afzien. Maar ik ben in een betere conditie dan ooit tevoren, en mijn tandarts kan trots zijn. Dankzij technologie ben ik fysiek een beter mens. Het internet is geen geluksmachine, maar het helpt me wel om betere keuzes te maken in mijn analoge bestaan.

Uit mijn vertaling van Piotr Czerski’s manifest “wij, de kinderen van het web”:

(…) wij ‘surfen’ niet, en het Internet is voor ons geen ‘plek’ of ‘virtuele ruimte’. Het Internet is voor ons niet iets dat buiten de werkelijkheid ligt, maar maakt er onderdeel van uit: een onzichtbare, maar altijd aanwezige laag, verweven met de fysieke omgeving. Wij maken geen gebruik van het Internet, wij leven op en met het Internet.

Spijker, kop, raak.