Stijn Meurkens

is programmeur, wiskundige, hardloper en zeiler. Over technologie, internet, mobile, productiviteit, Apple, media, kunst, politiek en alles wat me verder bezig houdt. Lees ook mijn tweets, of fork mijn code.

De iPhone 5 is in alle rust de toekomst van de technologie

De iPhone 4S was al de beste telefoon ooit, de iPhone 5 is nog beter. Sneller, lichter, grafisch beter, hogere verbindingssnelheden, langere batterijduur, scherpere foto’s en een groter display. En dan nog zijn de reacties op z’n minst onderkoeld. Apples nieuwe telefoon zou niet innovatief zijn, niet revolutionair, niet spectaculair, meer van hetzelfde.

In het verleden waren de reacties na een Apple keynote sowieso een stuk uitbundiger. Toen had namelijk nog niemand een idee wat je voor je kiezen ging krijgen. Van alle uitgelekte onderdelen en details van de iPhone 5 kon je er een dag voor de presentatie inmiddels zelf één in elkaar zetten. Het is opvallend hoe Apple in korte tijd de regie over de geheimhouding volledig is kwijtgeraakt. Heel gek is dat overigens niet, gezien de volksstammen die inmiddels betrokken zijn bij het productieproces van de iDevices.

Dat zal misschien deels verklaren waarom de reacties zo lauwtjes zijn, maar belangrijker is dat aan de verwachtingen van het publiek inmiddels helemaal niet meer te beantwoorden valt. Er wordt ieder jaar een revolutie verwacht, en zo niet, dan ben je een oplichter. Oude wijn in nieuwe zakken. Een nieuw vormpje had waarschijnlijk al een hoop gescheeld.

Maar als Apple iets niet levert is het spektakel. Nooit gedaan ook. Apple heeft met de iPhone in één keer een nieuwe markt neergezet, en is toen verder gegaan met bijschaven. Inmiddels is dat geculmineerd in een telefoon met bijna tijdloze allure. Het ontwerp van de iPhone 4 is dermate iconisch dat het niet verstandig was geweest om dat om te gaan gooien. In één oogopslag geeft deze afbeelding weer waar Apple’s ontwerp voor staat. De essentie, en dat steeds beter.

Dat de upgrade van de iPhone niet spectaculair wordt gevonden, is precies waar Apple naar op zoek is. Apple is nooit bezig geweest met technologie die in het oog springt, Apple maakt apparaten die uit de weg gaan. Precies wat hier ook weer gebeurt. Apple stelt alles in het werk om ons het apparaat te doen vergeten. Omdat het niet om de gadget gaat, maar om de toepassing ervan, om de applicatie die er op draait. Of nog scherper: om de content, de communicatie.

Ik heb geen smartphone omdat ik een interessant stukje techniek bij me wil hebben. Ik heb dat ding om nieuwsberichten te lezen, foto’s te maken en door te sturen, emails te schrijven, al mijn documenten beschikbaar te hebben en het internet op zak te hebben. En ja, als techneut ben ik geïnteresseerd in hoe het apparaat werkt en wat er allemaal mee te prutsen valt. Maar uiteindelijk ben ik daar ook niet dag in, dag uit mee bezig. En wil ik daar niet mee bezig zijn. Prutsen dient tot een minimum beperkt te worden.

Tussen mij en de content op een smartphone zitten nogal wat lagen. Allereerst het netwerk waarover de data verstuurd wordt, dan het fysieke apparaat dat je vast houdt, vervolgens het besturingssysteem dat op dat toestel draait, daarbinnen draait dan weer een framework waarop dan uiteindelijk een applicatie gebaseerd is die je je content toont. Dat zijn vijf lagen technologie die potentieel mijn ervaring kunnen verknallen. Vijf keer de mogelijkheid om in de weg te zitten, te storen of te vertragen.

Apple is nu langzaamaan bezig om al die lagen weg te werken. Om mij als gebruiker te laten vergeten wat er allemaal moet gebeuren om mij die content te tonen en hoeveel lagen technologie daar bij aan het werk gaan. Dat is precies waar alles in deze nieuwe iPhone om draait. Snellere netwerktoegang, om de gebruiker niet te laten wachten. Een beeldscherm dat nóg dichter op het glas zit en alweer een snellere processor, zodat je als gebruiker daadwerkelijk het idee hebt dat je de inhoud rechtstreeks vast kan pakken. Geen vertraging tussen de beweging van je vinger en de beweging op het beeldscherm. De illusie van direct contact met de beelden op het schermpje. En het toestel is een stuk lichter – aanwezigen op de Keynote hebben het over ‘feels almost hollow’ – zodat de aanwezigheid van de hardware verder geminimaliseerd wordt.

Apple is met de iPhone momenteel helemaal niet bezig om spektakel of revolutie af te leveren. Apple is bezig het apparaat te laten verdwijnen. Dan kan je klagen dat Apple niet het vuurwerk levert dat je zou willen, maar daar is dat bedrijf ook helemaal niet naar op zoek. Dit gaat al lang niet meer om techiek, dit gaat over kwaliteit van leven. Apple is langzaam op zoek naar technologie die voor je ogen verdwijnt; de iPhone 5 is de volgende stap richting die toekomst.

Wat we kunnen leren van het grote experiment Twitter

Het was Twitter dat als eerste de API naar het grote publiek bracht. Het was voor iedereen mogelijk om programma’s te schrijven die berichten verzonden en ontvingen via Twitters eigen architectuur. Dat was nieuw. Twitter was het eerste grote, voor derden toegankelijke platform dat in handen was van één bedrijf. Alle open platforms tot dan toe waren publiek bezit; er is geen eigenaar van het ‘platform’ email, geen eigenaar van het www, geen eigenaar van sms.

Twitter was één groot experiment. Voor het eerst zagen we een bedrijf wiens voornaamste product een architectuur was, gratis beschikbaar voor iedereen om er zijn applicaties op de bouwen. Het succes van die strategie blijkt uit het kolossale ecosysteem aan software dat gebruik maakt van het platform. Twitter, zoals we het nu kennen, bestaat zelfs voor een aanzienlijk deel uit features die hun debuut maakten in externe software. Hashtags, at-replies, retweets; ze zijn allemaal ontstaan uit de community en geïmplementeerd in externe clients voordat Twitter er iets mee deed. Twitters eigen zoekfunctie begon ooit als zelfstandig bedrijf, Twitters apps voor de Mac en iOS bestonden onder de naam Tweetie voordat het platform ze kocht en haar eigen naam gaf. De dienst is in zijn huidige vorm voor een groot deel vormgegeven door externe ontwikkelaars.

Ik wil niet meer weten of ik nieuwe mail heb

Het idee dat er iemand aan je denkt streelt de ijdelheid. Dat is misschien wel de grootste pijler onder dat hele real time web, hoe plat het ook moge zijn. De genummerde badges op Twitter, Whatsapp, Facebook en iPhone-spelletjes appelleren aan de menselijke basisbehoefte van erkenning. Dat creëert onterecht een knagend gevoel van urgentie en maakt het praktisch onmogelijk om niet te kijken in wiens gedachten je hebt rondgewaard. Kleine erupties van banaal geluk, nauwelijks te onderdrukken.

Ik word geliket dus ik besta. Dat werk.

Kan iemand mij uitleggen wat 'zakelijk' betekent?

Nu ik het toch over Microsoft heb; MG Siegler vond een interessant punt in de jaarcijfers die het bedrijf enkele dagen geleden publiceerde:

I think what we’re seeing in Microsoft’s numbers right now is the full-on shift of the company towards enterprise. To be clear, I think the company will remain alive and probably even thrive in that regard for a long time. I just think the time of their consumer dominance is already over. And within the next decade, it will be completely over.

Ik weet niet of die analyse ook inderdaad cijfermatig te rechtvaardigen is, maar deze uitspraak snijdt hout. De Windows PC is aan het verdwijnen uit het straatbeeld. Ik zie ze zelden meer in treinen en huiskamers; plaats gemaakt voor tablets en smartphones. Maar er is één plek waar de grauwe kast voorlopig niet weg te denken is: het werk.

Fiber: Google zet weer eens een markt op z'n kop

Google lanceerde gisteren de nieuwe dienst Fiber, waarmee het in de markt van internet- en televisieproviders duikt. Voorlopig start de dienst in Kansas City. Google belooft een snelheid van 1000 Mbps voor 70 dollar per maand; een gemiddelde breedbandverbinding in de VS haalt momenteel slechts 10 Mbps voor een bedrag van die orde van grootte. Google doet daarmee dus weer waar het zo goed in is: een markt op z’n kop zetten. Niet door de regels te veranderen, maar door de bestaande standaard te ridiculiseren met een factor honderd.

Dat deed de zoekgigant vaker, met Gmail als mooiste voorbeeld. In een tijd dat een gemiddelde mailbox nog tussen de 2 en 20 megabyte mocht bevatten, smeet Google haar gratis mailservice de wereld in met een gigabyte opslagruimte. En nu doet het bedrijf hetzelfde met breedbandverbindingen.

Het zijn niet zozeer een technisch hoogstandjes, maar vooral een hele dikke middelvingers naar een markt die in een status quo terecht is gekomen. Naar de commercie die de innovatie in slaap heeft gesust. Google opent hier de deur voor een hele nieuwe generatie aan internettoepassingen.

Komrij 2.0

Komrij is dood. 5 juli overleed de voormalige Dichter des Vaderlands. Ik wist dat de man met het hoge stemmetje een literaire duizendpoot was, maar niet dat de bekende bloemlezer in zijn laatste levensjaren een tweewekelijkse technologiecolumn bijhield voor NRC Handelsblad. Gelukkig tipte Ernst-Jan Pfauth de artikelen die Komrij, inmiddels diep in de zestig, publiceerde in NRC onder de titel Komrij 2.0. Komrij schreef ook over technologie met een virtuoos cynisme waar ik alleen maar van kan dromen.

Flossen, there's an app for that

Niet eens heel lang geleden gold computeren als een gangbaar werkwoord. Net zo was cyberspace een locatie die zich ergens naast de digitale snelweg zou moeten bevinden. Daar kan ik me nu weinig meer bij voorstellen. De scheiding tussen digitaal en fysiek is compleet vervaagd. Het internet heeft via computers en smartphones inmiddels een grote invloed op mijn fysieke leven.

Dankzij Buienradar op mijn telefoon haal ik zelden meer een nat pak. Afgelopen week wist ik dat vijf minuten wachten op Utrecht Centraal genoeg was om te voorkomen dat ik de hele dag als een verzopen kat op kantoor zou zitten.

De app Runkeeper zorgde ervoor dat ik ging hardlopen. Het programmaatje registreert via de GPS in je telefoon je gelopen route en snelheid, en slaat die op. Elke vijf minuten een snelheidsmelding op mijn oordoppen stimuleert me om nog even aan te zetten. Na een goede training deel ik mijn gelopen afstand via Facebook, en zo fungeren mijn vrienden als stok achter de deur om te blijven lopen. Runkeeper is de coach die me tijdens de vijftien kilometer van de afgelopen zevenheuvelenloop met de precisie van een klok wist te sturen naar een PR van 1”10.

Vijanden heb je nodig

Het is niet moeilijk om te schoppen tegen monopolisten; de mens houdt blijkbaar niet van suprematie. Daar hoeft je niet eens Nederlander voor te zijn. Microsoft, Apple, Google, FC Barcelona, Team Sky; ze kunnen je allemaal vertellen dat het niet altijd even gezellig is aan de top. (Ik ben overigens de laatste om daar belerend over te doen; dit geeft aan dat ze bij Microsoft inderdaad krankzinnig zijn geworden.)

Maar net zo makkelijk is het om te vergeten welke vernieuwingen die clubs hebben gebracht om aan de top te komen. Want de enige manier om aan een monopolie te komen is door het anders te doen dan de rest. Door te vernieuwen en tegen de stroom in te gaan. Door je eigen markt te creëren. Peter Thiel benoemt het in het vierde college van zijn collegereeks over startups. Uit de aantekeningen van Thiels student Blake Masters:

There are three steps to creating a truly valuable tech company. First, you want to find, create, or discover a new market. Second, you monopolize that market. Then you figure out how to expand that monopoly over time.

Waarom Tweetbot voor de Mac niks voor mij is

De alpha van Tweetbot voor de Mac werd gisteren met luid gejuich ontvangen. Na het eerdere succes van de app op het iOS-platform zou dit ook op OSX een grote uitdager moeten worden van Twitters eigen cliënt, die al een tijdje aan een grote update toe is. Maar voorlopig is het niks voor mij.

Tweetbot stond op iOS al bekend om zijn compleet eigen interface; dat leidde er al eerder toe dat het werd benoemd tot de beste Android Twitter-cliënt voor iOS. Een twijfelachtig compliment. Maar op iOS kan je als app wegkomen met zo’n UI. Apps draaien toch altijd fullscreen, dus het eigen kleurenpalet vloekt niet met de rest van het OS. Maar op de Mac valt het veel meer uit de toon.

Ik gebruik Twitter passief. Twitter draait op de achtergrond, af en toe kijk ik of er nog boeiends langskomt. Maar Tweetbot mengt zich niet in de achtergrond; door het aangepaste kleurenpalet blijft het venstertje schreeuwen. Dat wil ik niet, ik het betere dingen te doen dan neurotisch Twitter updaten.

En dan helpt zo’n zwart-geel under construction-balkje ook niet echt mee. Twitter is van zichzelf al schreeuwerig genoeg.

(Voor de volledigheid: Tweetbot is momenteel uitgebracht als publieke alpha. Dus alles wat ik erover vind is hartstikke voorbarig. Ik vind het een ontzettend dappere zet om al zo vroeg public te gaan. Hier wordt Tweetbot alleen maar beter van.)

CS183: Startup

Investeerder en voormalig PayPal-oprichter Peter Thiel gaf afgelopen semester op Stanford University een vak aan studenten informatica. De titel: “CS183: Startup”. Inmiddels zit het er op. Thiel sprak 19 bijeenkomsten lang over het oprichten van een technologiebedrijf. Over waarom je een startup wil doen die technologie van 0 naar 1 brengt, en niet van 1 naar veel. Over de tucht van de marktwerking en het creëren van je eigen monopolie als de enige optie om winst te maken.

Dat weet ik omdat Blake Masters, één van Thiels studenten, elk college als een essay uittypte en op zijn blog plaatste. Verplicht leesvoer voor de hele branche.

Overigens is het géén toeval te noemen dat nou juist Stanford met deze cursus kwam. De universiteit ligt midden in Silicon Valley, Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin studeerden er en Steve Jobs ontving een eredoctoraat aan de instelling dat hij accepteerde met een legendarische rede. Ook publiceert Stanford een flink aantal cursussen, voornamelijk over programmeren en wiskunde, gratis via iTunes. Stanford is het schoolvoorbeeld van een moderne academie.