Stijn Meurkens

is programmeur, wiskundige, hardloper en zeiler. Over technologie, internet, mobile, productiviteit, Apple, media, kunst, politiek en alles wat me verder bezig houdt. Lees ook mijn tweets, of fork mijn code.

Waarom betaalt Facebook 16 miljard voor WhatsApp

Net nu ik er een jaar weg ben, koopt Facebook voor een schrikbarende 16 miljard dollar WhatsApp en zit ik weer middenin. Mooi klaar mee.

Maar goed, 16 miljard1. Let’s do the math.

WhatsApp heeft volgens de berichten 450 miljoen actieve gebruikers2, die jaarlijks één dollar abonnementsgeld betalen3. Stel dat het bedrijf een winstmarge heeft van 70%4, dan maak je jaarlijks – heel ruim geschat – een dikke 300 miljoen winst. Facebook betaalt ruim 50 jaar aan winst voor dit bedrijf.

Er moet dus heel wat gaan veranderen om die investering terug te gaan verdienen, zou je zeggen. Facebook-integratie? Advertenties? Verhoogde abonnementskosten?

Facebook in zijn officiële persbericht:

WhatsApp’s brand will be maintained; its headquarters will remain in Mountain View, CA; Jan Koum [CEO WhatsApp, SM] will join Facebook’s Board of Directors; and WhatsApp’s core messaging product and Facebook’s existing Messenger app will continue to operate as standalone applications.

Jan Koum op WhatsApp’s blog, in een poging het publiek verder gerust te stellen:

Here’s what will change for you, our users: nothing. (…) And you can still count on absolutely no ads interrupting your communication.

De bedrijven doen een poging om de deal comfortabel te laten aanvoelen voor WhatsApp-gebruikers, maar het tegenovergestelde is waar. Facebook is blijkbaar helemaal niet geïnteresseerd in geld verdienen met dit product. Dan blijft er maar één ding over: Facebook wil de gegevens van die 450 miljoen WhatsApp gebruikers. Hun telefoonnummers, hun locatiegegevens, hun vriendschappen. Allemaal om steeds beter aan die fameuze social graph te kunnen verdienen.

Beste Jan, beste Mark, dit voelt helemaal niet comfortabel. Dit is doodeng.

  1. Om precies te zijn $12 miljard in aandelen Facebook, $4 miljard cash, en dan nog eens $3 miljard in een financiele constructie voor medewerkers die ik niet snap.

  2. Er zijn voor dit succes een aantal goede redenen te geven, maar ik denk dat de stabiliteit van de dienst het uiteindelijk groot gemaakt heeft. WhatsApp doet het bijna altijd, en bezorgt de berichten in no-time, zelfs via belabberde verbindingen. Verdomd knap voor zo’n gigantisch systeem.

  3. Ik kan mij niet herinneren die jaarlijkse dollar (of euro?) ooit te hebben moeten betalen. Misschien iets voor nieuwe abonnees? Of vergeet ik dingen?

  4. 70% zou een belachelijke winstmarge zijn, maar ik neem ‘m maar even omdat WhatsApp draait op belachelijk weinig medewerkers: 50. (Waarvan 32 technici.) Dus één medewerker op 9 miljoen gebruikers. En daar neem ik mijn hoed diep voor af.

Streamingdienst voor boeken dit jaar gelanceerd

Gisteren schrijft nrc.nl:

Nederlandse en Vlaamse uitgevers werken aan een abonneeservice waarbij lezers voor een maandelijks bedrag onbeperkt e-boeken kunnen lezen. Deze streamingdienst1 voor digitale boeken, gebaseerd op het model van Spotify (voor muziek) en Netflix (film en tv-series) moet dit jaar in Nederland en België op de markt zijn. (…) Het is de bedoeling dat duizenden populaire titels op het moment van verschijnen in de dienst beschikbaar zijn.

De wil is er, dat is goed nieuws2.

Of het een succes is moet nog maar blijken. Die focus op content is natuurlijk de basis, maar hoe ga je de totaal versnipperde ereader markt bereiken? Iedere fabrikant heeft een eigen besturingssysteem, die kan je nooit allemaal ondersteunen. Ik geloof ook niet dat de uitgeverijen je de ebook-bestanden gaan laten downloaden om op je eigen ereader te kunnen zetten. Waarschijnlijk wordt dit feestje dus alleen voor tablets.

En lezen op een tablet kan prima. Ik lees de meeste boeken op mijn iPad. Maar om comfortabel te kunnen lezen op zo’n apparaat moet de software goed zijn. Je kan niet zomaar wat tekst op een beeldscherm zetten. Zaken als regelafstand, marges, achtergrondkleuren en lettertype moeten doordacht zijn, anders wordt lezen op het verlichte scherm een crime.

Daarbij; boeken zijn emotie. Lezers willen een gevoel van luxe: chique hardcovers, kwaliteitspapier, prachtige drukkwaliteit. Dat gevoel moet je op een steriel apparaat nog maar zien te evenaren. Zoiets vergt vakmanschap van de softwaremakers, dat gaat verder dan papieren specificaties3.

Of een gezamenlijk project van grote organisaties dat waar kan gaan maken? Ik ga er geen geld op inzetten. Gebruiksgenot is zelden een stakeholder. En nu we het toch over geld hebben: je kan ook gewoon de prijzen van ebooks verlagen. Misschien een eenvoudiger plan om te beginnen.

  1. Welke idioot heeft bedacht om dit een streamingdienst te noemen? Ik zie de analogie met Spotify en Netflix ook wel, maar ik neem aan dat je je boeken toch ook moet kunnen lezen als je géén verbinding hebt. Dat is niet streamen, dat is downloaden. Maar dat woord is blijkbaar niet hip genoeg.

  2. Ooit kocht ik een ebook bij bol.com, vlak nadat ik in de trein was gestapt op Utrecht Centraal. Ik was bijna in Nijmegen toen ik een mailtje kreeg dat ik het kon downloaden. Ja, deze markt is aan vernieuwing toe.

  3. Ik lees in de app Readmill. Die is gekoppeld aan een dienst die de ebooks die je ermee opent online voor je opslaat, zodat je ze kan lezen op elk apparaat waarmee je inlogt. Readmill houdt vervolgens bij hoe ver je bent en wat je gemarkeerd hebt. Maar dat is eigenlijk allemaal bijzaak. Ik lees in Readmill omdat het boeken prachtig weergeeft.

Wat er gebeurt als iedereen Google Glass draagt

Google Glass is overal, hier op I/O. Honderden bezoekers en Googlers dragen de bril tijdens het evenement. Nu is deze technologieconferentie natuurlijk niet ‘het dagelijkse leven’ – wat dat ook moge zijn, – maar het beantwoordt wel een aantal interessante vragen. Hier is namelijk, misschien wel voor de eerste keer ooit, te ervaren hoe het is als een groot deel van de mensen om je heen met het apparaat rondloopt. Dat Google Glass een revolutionair project is, daar is geen twijfel over. Maar of mensen de bril ook willen dragen, en of hun omgeving dat ook accepteert, dat staat al sinds de bekendmaking ter discussie.

Eerste conclusie: dit went snel. De eerste vijf die ik zag waren opmerkelijk, maar die nieuwigheid is er na een ochtend al vanaf. Het voelt ook niet als een inbreuk op mijn privacy. Nu ben ik natuurlijk ook op een plek waarvan iedereen best mag weten dat ik er ben, maar ik heb ook absoluut niet het gevoel dat ik vanuit alle hoeken bespied word. Aan het idee dat overal beveiligingscamera’s hangen zijn we allang gewend, dit is voor mij gelijkwaardig daaraan. Natuurlijk gaan er de beschamende video’s op Facebook komen van tieners die niet door hebben dat ze gefilmd worden, maar die staan er nu ook al. Tieners leren er sneller mee omgaan dan hun ouders. En voor de momenten of gesprekken waarvan je niet wil dat ze gefilmd worden; je kan eenvoudig aan iemand vragen om de bril af te zetten.

Die mogelijke privacy-inbreuk is het eerste grote vraagteken dat mensen bij het apparaat hebben. Het andere vraagstuk is of Glass niet een continue bron van afleiding gaat zijn voor zijn gebruikers. We zijn al verslaafd aan onze smartphones, gaat dit ervoor zorgen dat we het contact met de werkelijkheid helemaal verliezen? Één van de eersten die Google Glass mochten proberen was Joshua Topolsky, hoofdredacteur van technologiesite The Verge, hij schreef over zijn ervaringen met het appraat:

You still have to grapple with asking for directions with Glass, but removing the barrier of being completely distracted by the device in your hand is significant, and actually receiving directions as you walk and even more significant. In the city, Glass make you feel more powerful, better equipped, and definitely less diverted.

Topolsky concludeerde dat Glass nou juist het contact met de wereld om je heen in stand houdt. Anders dan bij smartphones en tablets duiken de gebruikers niet weg achter een beeldscherm. En die ervaring heb ik hier ook. Glass-dragers die het apparaat daadwerkelijk aan het gebruiken zijn (dat kan je zien omdat het apparaat bediend wordt via een touchpad op de brillenpoot), blijven gewoon aanspreekbaar en manoeuvreren zich op een natuurlijke manier door de menigte. Wat dat betreft is de Glass een volgende stap in het fenomeen dat Piotr Czerski beschrijft in zijn manifest:

[W]ij ‘surfen’ niet, en het Internet is voor ons geen ‘plek’ of ‘virtuele ruimte’. Het Internet is voor ons niet iets dat buiten de werkelijkheid ligt, maar maakt er onderdeel van uit: een onzichtbare, maar altijd aanwezige laag, verweven met de fysieke omgeving. Wij maken geen gebruik van het Internet, wij leven op en met het Internet.

Bij de sessie Developing for Glass, waar ik vanochtend aan deelnam, blijkt ook dat Google zich héél erg bewust bezig houdt met dit punt. Developer advocate Timothy Jordan vertelde voor een extatische zaal (“applaude as much as you want”) dat het doel achter de bril is dat mensen niet meer naar hun smartphone hoeven te grijpen als ze een moment willen delen. Waar nu hele concertzalen naar hun telefoon staan te kijken om een opname te maken, moet de bril er voor zorgen dat je het moment zelf kan blijven meemaken terwijl je het deelt met je vrienden.

De interface van de besturingssoftware van de bril is duidelijk ontworpen met dit doel in het achterhoofd. Eigenlijk is het één grote stream van kaartjes waar de gebruiker doorheen kan swipen met de touchpad op de poot van de bril. Applicaties kunnen een kaartje naar de voorkant van de stream pushen als ze de gebruiker iets te melden hebben. Jordan gaf ontwikkelaars tips mee om hun diensten succesvol te maken. Voornamelijk: ga uit de weg, geef alleen meldingen die op dat moment relevant zijn, geen onverwachte updates. Google weet dat de bril geen succes gaat worden als gebruikers opgeslokt worden door het apparaat. De interface is dermate simpel en elegant dat het gebruik volkomen natuurlijk moet gaan verlopen. Gevolgen van gebruikersinput zijn volkomen voorspelbaar, er is geen enkele onduidelijkheid over wat er gaat gebruiken. Het interactiemodel is consequent, beperkt en zonder uitzonderingen.

De activity-stream als basis voor het gehele besturingssysteem is een mooi voorbeeld van hoe het omarmen van beperkingen kan zorgen voor een mooi en duidelijk resultaat. Google Glass is veel meer dan een gadget. Het is een diep doordacht product. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de eenvoud van de Mirror API en het geweldige systeem dat je geluid laat horen zonder oortje, maar door de geluidsgolven rechtstreeks op je kaakbot door te geven. Dit apparaat is de toekomst. Niet alleen vanwege de Terminator-achtige technologie, net zo goed vanwege de interface.

Google's nieuwe aanval op Facebook

Veel nieuws zojuist bij de Keynote op Google I/O, maar mijns inziens het grootste nieuws zijn twee belangrijkere uitbereidingen van Google+.

Voor mij was het sociale netwerk al de plek waar ik mijn foto’s opsla. Google biedt onbeperkte opslagruimte voor foto’s op ‘normaal’ formaat en vergrootte de ruimte voor hogeresolutiefoto’s van 5 naar 15 gigabyte. Zojuist werden een aantal grote nieuwe features voor de fotodienst bekendgemaakt. Zo selecteert Google vanaf nu automatisch de highlights van een set foto’s. Daarnaast worden foto’s automatisch geoptimaliseerd; glimmende gezichten en rode ogen worden bijgewerkt, kleuren worden vuriger, structuren duidelijker. En mocht je een een reeks groepsfoto’s hebben gemaakt, dan compileert Google nu een foto waarop wél iedereen lacht. Met deze features veegt Google in één keer alle fotodiensten als Flickr van de kaart.

Tegelijkertijd lanceert Google ook het nieuwe ‘Hangouts’, een app voor Android, iOS en web, die het versturen van afbeeldingen, tekstberichten en videochats mogelijk maakt. Denk Whatsapp, maar ook beschikbaar vanaf je pc en met videochat. Denk iMessage en Facetime, maar ook voor Android en Windows. Google vult met één dienst het hele messaging spectrum, met een strak vormgegeven app. Dat kan een groot succes worden, mits de stabiliteit van de dienst in orde blijkt.

“Plus” is niet de verwachte Facebook-killer geworden, maar met deze twee onthullingen doet Google een nieuwe aanval. Mocht het bedrijf het publiek zo ver krijgen dat het gaat chatten via Google+ én er al zijn foto’s opslaat, dan heeft het Facebook bij z’n ballen.

Het einde van Google Reader

Vannacht kondigde Google aan dat het per 1 juli stopt met Google Reader.

Dat is niet gek; Googles RSS-lezer was een niche-product; veel te nerdy. Normale mensen gebruiken geen RSS. Normale mensen weten ook niet wat RSS is. Er wordt ook al jaren van allerlei kanten geroepen dat RSS overleden zou zijn. Vermoord door types als Twitter, Facebook, Flipboard. Robert Scoble schrijft op zijn Facebook waarom hij baalt van de sluiting — en dat terwijl hij Reader niet eens gebruikte.

But this is sad. Particularly shows the open web continues to be under attack. We have to come into the walled gardens of Facebook, Twitter, Google+, and LinkedIn to read and share.

Maar hoe open was het RSS-platform nog, met Google Reader als de de facto standaard? Alle grote clients waren de laatste jaren gebaseerd op Readers API. Google is een backend geworden voor RSS, een centraal distributiesysteem voor content; ongekend stabiel door de infrastructuur die de zoekgigant er achter kon leggen.

En daarmee is het ook een goede zaak dat Reader stopt, zoals ook Marco Arment blogt. Het biedt ruimte voor een heel scala aan nieuwe oplossingen; clients, maar ook nieuwe platforms of libraries voor stabiele distributie.

En dat is dan weer het mooie van een open standaard; iedereen kan mee gaan dingen naar een plekje in de ruimte die Reader achterlaat. En de gebruikers die het product gaan missen, zijn voor een groot deel nerds. Precies de mensen die in staat zijn om nieuwe apps en platforms in elkaar te hacken. Dit worden boeiende tijden.

(En tja, dat ik dan zelf net aan een projectje aan het klussen was dat Readers API gebruikte, ook daar komt wel weer een oplossing voor. Dit is wellicht een mooie kans.)

Open deuren

Colin van Hoek, bij RTL Boulevard in dienst met als functieomschrijving “Alexander Klöpping”, schrijft op NU.nl weer eens een stukje over toekomstige producten van Apple. Er is één manco: helaas voor Van Hoek laat Apple zelf nooit iets los over die toekomstige producten. Op basis van een anonieme bron op “een website met een goede reputatie” (lees: omdat zomaar iemand iets zegt op het internet) trapt hij daarom – met heel Nederland als publiek – maar even een aantal open deuren in. Een korte analyse van de nieuwswaarde.

[D]e volgende iPhone [zou] in augustus getoond moeten worden.

Apple introduceerde de iPhone 4S en 5 in respectievelijk oktober en september, de drie modellen daarvoor allemaal in juni. Dan zit je met augustus inderdaad nooit heel slecht. Veel veiliger kan je niet gokken.

De iPhone 5s is een relatief kleine update van het huidige model zoals ook bij bijvoorbeeld de 4s het geval was.

Joh? Als je kijkt naar de vorige modellen: 3G-3GS en 4-4S, hoe verrassend is dit dan? Sterker nog, het patroon “grote update-kleine update” is inmiddels terug te vinden door Apples hele productlijn. Zie bijvoorbeeld Mac OS X (Leopard-Snow leopard, Lion-Mountain lion) en de iMac (G5-Plastic Intel, Aluminum-Aluminium unibody).

Ergens rond april zou het bedrijf bovendien al nieuwe iPads tonen.

Al sinds de eerste presenteert Apple zijn nieuwe iPads in het voorjaar. Goed, de meest recente, 4e generatie kwam inderdaad afgelopen najaar uit, maar ik ben ervan overtuigd dat die upgrade alleen gedaan werd om over te stappen op de nieuwe Lightning-connector. Die zat immers ook al in de iPhone en iPad mini.

Het zou gaan om een iPad 5 en mogelijk een iPad Mini 2. De bronnen konden weinig details geven.

Vier plus één is inderdaad vijf. Na één komt inderdaad twee. Tot zover de wiskunde. Verder kan ik dan nog wel wat details noemen, als “de bronnen” het niet doen: een snellere processor en een betere camera. Ben ik nu binnenkort ook in het bezit van zo’n “goede reputatie”?

Volgens eerdere geruchten komt er een normale iPad met het ontwerp van de iPad Mini. Dat wil zeggen: dunnere randen rond het scherm en een nieuw uiterlijk.

Het design van de iPad gaat inmiddels twee jaar mee. Je hoeft geen glazen bol te hebben om in te zien dat daar binnenkort aan gesleuteld gaat worden. De kans de Apple dan dikkere randen om het scherm gaat maken lijkt me weinig reëel.

Er gaan ook geruchten over een iPad Mini met Retinascherm.

De iPad mini heeft momenteel exact de schermresolutie van de iPhone 3G. Dat er ooit een retina-versie van gaat verschijnen, dan met de resolutie van de iPhone 4, kan je dus al sinds de introductie van de Mini op je vingers natellen.

Bovendien zou Apple volgens anonieme bronnen ook werken aan een goedkope iPhone.

Apple werkt aan een goedkopere iPhone. En aan een duurdere. De iPhone is momenteel Apples meest verkochte product. Zou je dan echt denken dat Apple, met bijna honderdduizend medewerkers en een miljardenomzet, niet werkt aan allerlei varianten daarop? Dát zou nieuws zijn.

Apple laat nooit iets los over zijn producten voordat ze (bijna) af zijn. Dat is natuurlijk bijzonder vervelend voor jongens als Van Hoek, die zien liever bedrijven als Sony die producten aankondigen zonder product. Maar om dan iets met de evidentie van deze vanzelfsprekendheden op te schrijven en vervolgens aan het miljoenenpubliek van NU.nl te presenteren alsof het nieuws is, dat is belachelijk. Klakkeloos dingen herhalen die iemand op het internet smijt; dit heeft niets met journalistiek te maken.

(Dat zou overigens helemaal niet hoeven te betekenen dat je niets kan schrijven over het zwijgende Apple; er zijn genoeg analyses te maken over verleden en toekomst, er is genoeg opinie te schrijven over de strategie en er zijn genoeg argumenten te noemen waarom het bedrijf toekomstige producten al dan niet zal gaan maken. Duiding, opinie, analyse; ik smul ervan.)

Geruchten om de geruchten, om maar iets te melden te hebben en om de pageviews, die hele industrie werkt mij op m’n zenuwen. Hoezo is geruchten bijvoorbeeld één van de grootste categorieën in de tagcloud van iPhoneclub.nl? Geruchten zijn geen nieuws an sich, eerder materiaal voor tabloids en roddelblaadjes. Die werken ook met schreeuwende koppen, tussen aanhalingstekens om niet verantwoordelijk te hoeven zijn voor de waarheid ervan. ‘Apple onthult iPhone 5s in augustus’ trekt vast meer bezoekers dan Er is ergens iemand op het internet die zegt: ‘Apple onthult iPhone 5s in augustus’.

Het is zelfs zo dat de bron van Van Hoeks artikel veel vrijelijker dan hijzelf toegeeft dat er nog veel onduidelijk is. Dat zou ook een mooie kop geven: iemand op het internet zegt ook niet weten hoe het nu zit met die nieuwe iPhone. En nu we toch koffiedik aan het kijken zijn: ikzelf verwacht binnenkort een reorganisatie bij Sanoma/NU.nl. Colin is zich alvast aan het inwerken voor zijn nieuwe functie als redacteur voor achterklap.

Afscheid van Facebook, één maand later

Precies een maand geleden verwijderde ik mijn Facebook-account. Goed, die maand was Februari – je kan het nauwelijks een maand noemen – dus wellicht komen mijn observaties erg vroeg. Desalniettemin mijn ervaring tot nu toe.

1.

Ik mis Facebook totaal niet. Het was even een paar dagen afkicken, onbewust zoekend naar een app die niet meer op mijn telefoon stond, maar ik ben blij met de tijd die het oplevert. Dode momenten worden weer doder, zonder de schijncommunicatie van het blauwe medium. Ik verveel me wat vaker, in de positieve zin van het woord. Er is weer wat meer tijd voor lezen, schrijven en nadenken.

2.

Ik mis niks. Vrienden nemen nu regelmatig persoonlijk contact met me op om me dingen te laten weten die voor mij relevant zijn, aangezien ze weten dat ik het niet meer via Facebook verneem. Dat levert vervolgens vaak een goed gesprek op, via telefoon of WhatsApp.

3.

Mensen, en zeker generatiegenoten, vinden het vrij bijzonder als iemand niet meer op Facebook zit. Je krijgt nogal eens een flauwe opmerking voor je kiezen.

4.

Ik ben niet de enige die het wel gehad heeft met het medium, weet ik inmiddels. Ik heb tientallen steunbetuigingen gehad, zelfs van onbekenden op Facebook. Meerdere bekenden van me hebben me aangegeven óók hun account te hebben opgezegd of geblokkeerd. Eén van mijn vrienden berichtte me dat hij zijn newsfeed volledig geleegd heeft; alleen mentions komen nog voorbij.

5.

Ik heb bijzonder veel reacties gezien van mensen die niet durven te stoppen met Facebook. Niet durven te stoppen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe zieker ik dat vind.

6.

Voor ik mijn account annuleerde, heb ik mijn totale Facebook-archief gedownload. Zonder het door te hebben, heb ik een aantal jaar van mijn leven prachtig gedocumenteerd. Foto’s, gedachten, vriendschappen. Dit is beter dan een fotoalbum. (Inclusief de censuur van de mindere dagen, die plak je immers ook niet in je fotoboeken.)

7.

Ik mis een medium om de momenten te bewaren die ik op hiervoor Facebook deelde. Ik denk eraan om met Day One, of iets soortgelijks, dagboeken bij te gaan houden. Als een Facebook zonder vrienden. Ikzelf als mijn enige publiek.

8.

Het is hartstikke ingewikkeld om je Facebook-account te annuleren. De optie staat verstopt in de helpbestanden. Vervolgens wordt je na 14 dagen verwijderd, tenzij je voor die tijd inlogt. Aangezien wachtwoorden nogal eens worden opgeslagen in browsers en apps kan dat zomaar mis gaan.

9.

WhatsApp-groepen zijn een prima medium om dingen te delen met hen die je echt interesseren. En veel vertrouwelijker.

10.

Stiekem heb ik nog een accountje. Op een ander mailadres heb ik een leeg accountje aangemaakt, dat ook leeg en vriendenloos gaat blijven. Ik gebruik het alleen om de Facebook-pagina van deze site bij te houden. Vervolgens zijn er natuurlijk altijd grapjassen die dat ontdekken en vriendschapsverzoeken gaan sturen. Die flauwekul heb ik inmiddels weten te blokkeren: alleen vrienden van vrienden kunnen me nog zo’n verzoek sturen.

Mailbox gaat je niet helpen

De nieuwste poging in de strijd tegen email overload heet Mailbox. In het bijbehorende promotiefilmpje schetsen de ontwikkelaars een zorgeloos leven met een lege inbox. Geluk, liefde en mooi weer; en dat alles dankzij een appje op je iPhone.

Ik sta er inmiddels voor in een digitale wachtrij. Om te zorgen dat de serverarchitectuur meeschaalt, laat men maar mondjesmaat nieuwe mensen toe tot de app. Nog 277.312 mensen voor me. En dat helpt natuurlijk ook prima om de verwachtingen nog enigszins naar boven bij te stellen.

Ikzelf sta overigens alleen maar in die rij uit nieuwsgierigheid. Mailbox leunt zwaar op een snooze-functie voor email. Berichten kunnen tijdelijk uit je mailbox worden verwijderd, en komen na een bepaalde tijd weer terug. Dat zou handig moeten zijn voor alles wat nu nog niet relevant is. Maar wie houd je daar mee voor de gek? Al die uitgestelde berichten verdwijnen dan misschien uit je inbox, maar wat doet het aan het knagende gevoel van onverrichte zaken? GTD-bedenker David Allen schrijft in Ready for Anything:

Keeping uncaptured, unclarified, and unprocessed things in our minds creates unnecessary stress.

Inderdaad, precies datgene wat Mailbox doet. Je blijft achter met een lege inbox en een hoofd vol met berichten waarvan je nog steeds niet weet wat je ermee moet.

Tegelijkertijd is ook The Next Web-oprichter Boris Veldhuijzen van Zanten bezig met een project dat email moet gaan veranderen. Boris’ oplossing Inbox Pro pakt wel de kern van het probleem aan; hij vraagt iemand die mail stuurt om duidelijk te zijn in wat hij wil. De afzender krijgt een autoreply waarin wordt gevraagd of het gaat om een ja/nee-vraag, een mail ter informatie, of een anderssoortig bericht. De ontvanger krijgt vervolgens de mogelijkheid om zijn mail op een bijpassende manier te beantwoorden: als alleen een ‘ja’ of ‘nee’ gevraagd wordt, krijg je dus alleen een ‘ja’- en een ‘nee’-knop. De afzender krijgt automatisch bericht. Een boodschap typen – inclusief briefhood en aanhef – is niet meer nodig.

Het plan is om daar later nog meer mogelijkheden aan toe te voegen en zo de afzender verantwoordelijk te maken voor een eenvoudige afhandeling. Wil je een afspraak met me maken? Prima, krijgen we allebei een datumprikker. Wil je iets van me weten? Ik krijg een formuliertje om het antwoord in te typen.

Die methode werkt, aldus Boris zelf: > (I) notice that asking people to structure their email makes it a LOT easier to answer them, causes less stress and makes it easier to get to the important stuff.

Ik ben geneigd dat te geloven. En verder sluit ik me aan bij de woorden van Pat Dryburgh: > I don’t tag emails, flag emails, or colour code emails. I read them, I respond to them, and I archive them. Weeks later, when I need to reference an email, I search for it. Maybe that system is too simple for you. Maybe it’s too complex. Whatever the case, pick a system and move on. Time wasted checking email could be time spent writing about email. And seriously, what could possibly be better than writing about email?

Het einde van Opera's engine

Internetbrowser Opera stopt met het ontwikkelen van de eigen Presto-engine, werd gisteren bekend. Voortaan worden pagina’s in Opera gerenderd door de open source WebKit-engine, ook gebruikt door Chrome en Safari. Opera nam de beslissing omdat ze met hun marginale marktaandeel op te weinig ondersteuning vanuit webdevelopers konden rekenen; zeker mobiele applicaties werden alleen getest op de dominante WebKit-browsers.

Één browser minder. Dat kan je als webdeveloper heel positief bekijken; onder de streep betekent het één platform minder om te ondersteunen. Maar net zo goed is het vreselijk jammer dat de sympathieke margebrowser stopt met de ontwikkeling van haar engine. Ten eerste natuurlijk omdat pluriformiteit goed is voor de concurrentie, en daarmee voor de vooruitgang van het web. Maar daarnaast stond de Presto-engine ook bekend om de nauwgezette implementatie van webstandaarden. Als je werk goed renderde in Opera kon je er bijna vanuit gaan dat het voldeed aan de standaarden. Die toevoeging aan het browserlandschap gaan we missen.

Ondanks dat het de laatste jaren niet meezat heeft Opera veel betekend voor het web; Opera is altijd een alternatief geweest. In het begin voor Netscape, toen Opera nog zo handig op één diskette pastte (terwijl ik die dingen al niet meer gebruikte). En later met een browsertje om het web te kunnen bereiken vanaf dumbphones waar je verder eigenlijk alleen maar mee kon bellen en sms’en. Een medewerker van het de Noorse browsermaker vertelde een paar jaar geleden op het podium van de Kings of Code-conferentie gekscherend dat zijn baas vond dat het bedrijf zelfs voor stofzuigers een browser moest hebben.

En ja, ik ben er zelf ook hartstikke schuldig aan dat Opera stopt met de eigen engine. Ik moet bekennen dat ik Opera momenteel niet eens geinstalleerd heb op mijn computer. Ik testte mijn werk niet of nauwelijks in de browser, simpelweg omdat het bereik te klein was. In de praktijk ga ik er dus weinig van merken dat Opera’s engine komt te vervallen. Maar zonde, dat is het wel.

Afscheid van Facebook

Onderstaand bericht is mijn laatste post op Facebook. Per vandaag stop ik met het gebruik van het sociale netwerk.

Ik ben er wel klaar mee, dat Facebook.

Na een kleine vijf jaar, juni 2008 postte ik mijn eerste status, verwijder ik mijn account. Omdat ik wel iets beters te doen heb. Obsessief m’n timeline reloaden op mijn mobiel, ik ben blijkbaar niet sterk genoeg om het te voorkomen. En aangezien de toegevoegde waarde steeds dubieuzer begint te worden is de beslissing simpel: de stekker eruit.

Dat betekent heus niet dat Facebook zal verdwijnen uit mijn leven; Facebook is gespreksonderwerp in vele situaties buiten dat medium. Via de smartphones van vrienden ga ik een “best of” van dit medium nog wel meekrijgen. Facebook is nou eenmaal verweven met het sociale bestaan van mijn generatie.

Ik ga wellicht een hoop missen, maar nog veel meer ga ik niet missen. Zelfgemaakte cupcakes danwel sushi, foto’s van kinderen, o-zo-gezellige vakantiekiekjes van mensen die ik nooit meer spreek, plaatjes die bedacht zijn om zo veel mogelijk gedeeld te worden (“1 miljoen likes voor dit schattige kuikentje?”), allerhande gerecyclede, racistische doorstuurmeninkjes uit de onderbuik van het land, mensen die hun leven beter voordoen dan het is (jij, ja!), en de reclame.

Er is inmiddels niet meer doorheen te komen. Van de tien updates zijn er negen die me op zijn best niks zeggen, maar me nog veel vaker me met mijn hoofd op de tafel doen slaan. Facebook doet nog z’n best om het kaf van het koren te scheiden met het top stories-algoritme, maar faalt jammerlijk. “100.000 likes voor een baard voor Willem-Alexander?” Opgesodemieterd.

Hoezo liken jullie massaal merken die mij vervolgens gaan spammen? “Die en die vinden Sportlife leuk.” Of nog erger: “Piet Puk vindt WerkenbijABNAMRO leuk.” Mij lijkt dat helemaal niks! Ik heb nog m’n best gedaan door alle reclame consequent te rapporteren als ongepaste spam, maar dat mag niet baten.

En wat me de laatste tijd nog het meest irriteert: volksgerichten. Via allerlei wegen komen ineens foto’s met tienduizenden reacties waarin wordt opgeroepen tot lijfstraffen en waarin schuld van verdachten al bij voorbaat is vastgesteld door volkstribunalen. Namen en adressen worden er voor het gemak maar meteen bij vermeld. Officieren, rechters en advocaten kunnen met onbeperkt verlof; Facebook neemt waar. Het zal vast niet ophouden als ik hier weg ben, maar ik wil er verdomme niets meer mee te maken hebben.

Zoals gezegd: ik ga veel missen. Ik heb me geregeld ziek gelachen om doorgestuurde filmpjes, om Dirkjan-cartoons en om de geniale stills van de Probleemwijken-pagina. Ik heb mensen welgemeend met hun verjaardag kunnen feliciteren terwijl ik geen verjaardagkalender bijhoud. Ik heb vrienden kunnen volgen tijdens hun wereldreizen. Ik wist wat er speelde en wie er met wie ging, of niet meer. Ik heb zelfs mensen beter leren kennen. Of in ieder geval, ik denk dat ik mensen beter heb leren kennen.

Want één afspraak hebben we allemaal wel gemaakt op Facebook: vertel nooit dat je je klote voelt. Vertel nooit dat je ruzie hebt met je vriendin. Nooit dat je carrière in het slop zit. Vertel al helemaal nooit dat je je stiekem onzeker voelt. Welk groot lijden er schuil gaat achter alle vrolijke cupcakes laten we liever niet zien.

En dat is één van de redenen dat ik hier weg ben. Maak dus niet de denkfout dat ik niet in je geïnteresseerd zou zijn. Integendeel. Ik ben enkel meer geïnteresseerd in de echte verhalen van m’n vrienden. Dus bel, app of tweet me op en ik kom langs, koop een kop koffie voor je en zal je vakantiefoto’s bekijken. En ik zal mijn duim opsteken en zeggen dat ik het leuk vind. Deze keer wel gemeend.

Ik hoop tot snel!